Anneke Wassing-Hermsen (1956)
Sinds de kinderen de deur uit zijn, medio 2013, volg ik lessen (momenteel van de Nijmeegse kunstschilder Jeroen van Herten) en werk ik vanuit mijn tuinhuis aan - liefst forse - schilderijen. Vanwege een terpentine-allergie is dat op basis van acrylverf, soms in combinatie met modelleerpasta, geschoonde eierschillen, bewaarde oesterschelpen, lappen, papier of zomaar in eigen tuin gevonden materialen als zaagsel en zand.
Een groot, leeg doek is steeds weer een enorme uitdaging. Wat gaat het ongeveer worden, hoe begin ik en vooral: welke kleuren ga ik gebruiken?
Na het aanbrengen van een onderlaag (imprimatura) schets ik meestal direct met penseel of spons een globaal figuur of grove indeling, waarna ik de vlakken vanaf het palet met vrij droge kwast of mes invul, de kleuren mengend op het doek. Gaandeweg kan de compositie verrassend veranderen, hetgeen in belangrijke mate wordt gestuurd door mijn persoonlijk gevoel voor balans en harmonie waarbij ik wel een subtiele spanning probeer te behouden zodat het geheel niet saai wordt. Het hoeft niet altijd iets voor te stellen maar mag wel iets betekenen, want het moet vooral prettig blijven om naar te kijken.